|
BELANGRIJK
De veteraan stond aan de rand van het trainingsveld en zuchtte. De laatste tijd stond hij vaker zuchtend en nadenkend te kijken en aan zijn lijf, de licht opgetrokken schouders, de stijve stand van zijn heupen, kon je bijna de onvrede zien die zich daar in opgehoopt had.
Hij was zelf altijd een voetballer pur sang geweest, niet dat hij nou zo’n talent was, maar hij had wel het talent om het voetbal volop te beleven; hij had voetbal gegeten en gedronken, hij had er veel over nagedacht, hij had ervan gedroomd en was er wakker van geweest en toen dan eindelijk de kruisbanden van zijn linkerknie hem verboden om nog zelf mee te doen, besloot hij niet om weg te lopen en niet weer om te zien, maar hij besloot om iets terug te geven van wat hij allemaal gekregen had. Want hij had veel gekregen, vond hij, al was dat niet terug te vinden in het nivo waarop hij gespeeld had, of aan de bekers en kampioenschappen, nee, het was alleen door hemzelf terug te vinden, het was opgeslagen in zijn hoofd en in zijn hart, een schatkamer aan herinneringen, ervaringen en zelf doorvoelde lessen, lessen in voetbal en lessen in het leven.
En nu stond hij aan de rand van het trainingsveld naar die jonge knapen te kijken en hij voelde zich ronduit machteloos. Toen hij zelf voetbalde was hij ook al wel eens gaan kijken bij de jeugd. Hij ging dan op tijd naar het voetbalveld en wat er ook maar bewoog op zo’n veld had zijn aandacht, hij kon zelfs genieten van het intrappen van een ploegie, van de gespannen koppie’s en hij keek dan hoe of ze trapten, wie er babbels had, hoe de uitstraling van de aanvoerder en de keeper was, hij probeerde te raden hoe de onderlinge verhoudingen in zo’n elftal waren, en of hij kon raden wie bijvoorbeeld de voorstopper was en wie de spits en als ze eenmaal speelden keek hij naar het spel, hoe een elftal wilde spelen, maar meer nog lette hij op de gretigheid van spelers, op hun concentratie, op hun sportiviteit, op hun beleving, op dat wat voetbal zo mooi en zo menselijk maakt.
Wie stopt met iets waarin zijn hart ligt, wordt overvallen door herinneringen en vaak zijn dan juist de oudste, de later totaal onbelangrijk lijkende, schijnbaar vergeten herinneringen de sterkste. Herinneringen aan hoe het begon, voor hem waren dat herinneringen die gevoelens opriepen van het ontdekken van allerlei nieuwe ervaringen, van de rijkdommen die verscholen liggen in het met elkaar een elftal vormen, het magische gevoel een onderdeel te zijn van iets groters, iets mystieks bijna, wat toch wezenlijk bestaat, iets dat groter is dan jezelf maar tegelijkertijd van jezelf is.
En dat, juist dat, wilde hij wel delen met die knapen, daar voor hem, op dat trainingsveld. Hij was nu een half jaar betrokken bij dat jonge spul en hij had het eerst aangekeken. “Kijk het nu eerst maar eens rustig aan”, had de trainer gezegd en dat had hij gedaan, hij had de jongens een beetje leren kennen en hij vond dat hij best met de tijd meegegaan was en toch bekroop hem steeds meer het gevoel, dat hij steeds eenzamer werd. Het leek alsof elke waarheid, die hij in het voetbal ontdekt had, door die knapen ongeveer 180 graden werd omgedraaid. Hij zag ze zoeken naar de hakbal, naar de panna, naar die ene beslissende pass, hij zag hun keurende blikken naar elkaars trainingspak, de meningen over de kleur van hun voetbalschoenen, de momenten in een wedstrijd op tv waarover ze napraatten en hoe alles om henzelf leek te draaien en hoe vaker hij de neiging kreeg om over zijn ervaringen te spreken, over het ploegbelang, over het iets toevoegen aan een ander, hoe meer hij besefte dat hij hun wilde vertellen over een spel wat ze niet eens kenden. Allemachtig, dacht hij in een vlaag van bezinning, we hebben het voetbal van toen onder onze handen weg laten glippen, het is zo langzaam vervaagt dat ik het niet eens heb zien gaan. Hij grinnikte in een opwelling van zelfspot voor zich heen; wilde hij verdorie zijn gevonden rijkdommen delen, bleken ze niks meer waard.
Het onredelijke van opvoeden is dat er verwacht word dat je jeugd voorbereid op een tijd die je niet kent. En dat je moet putten uit ervaringen, die je opdeed in een tijd die voorbij is. Tijd is van nature niemands vriend.
JAN
|